douchedeur
Ook wat betreft douchedeuren hebt u keuze te over. Er zijn vierkante, rechthoekige, kwartronde, vijfkantige en ronde bakken. U kunt steeds vaker een douchedeur kopen met afwijkende vormen en maten. Ideaal als uw badkamer niet standaard is. Ze zijn te koop in allerlei breedtes, dieptes en hoogtes. De ‘gewone’ douchebak is inmiddels 90 bij 90 cm, al zijn er ook kleinere en grotere versies te verkrijgen. Rechthoekige douchebakken gaan tot ongeveer 180 cm. Prettig als u graag een tweepersoonsdouche of een inloopdouche wilt. De meeste douchebakken zijn gemaakt van acryl of keramiek, maar ook andere materialen zijn mogelijk. In verband met veiligheid hebben sommige douchebakken een geribbeld oppervlak. Wilt u geen douchebak dan kunt u ook een spatscherm direct op de (tegel)vloer bevestigen. Of u maakt met behulp van een tussenwand een aparte douchehoek. Om te zorgen dat uw badkamer niet veranderd in een zwembad wordt de vloer op afschot naar het afvoerputje gelegd. Als alternatief voor het afvoerputje worden steeds vaker douchegoten toegepast. Deze komen dan bijvoorbeeld onder de deur of in de ingang van het douchegedeelte. Houd er rekening mee dat deze goten verzonken in de badkamervloer liggen. Hoewel de diepte van de goten gering is, geldt dat niet voor de sifon en afvoerleidingen.
Deze hebben een hoogte hebben van ongeveer tien centimeter. Uw huidige vloer komt daardoor hoger te liggen dan nu het geval is. Dit heeft meestal ook gevolgen voor de hoogte van de drempel bij de toegangsdeur tot de badkamer. Let er bij de keuze voor een douchegoot op dat u het afdekrooster gemakkelijk kunt verwijderen in verband met schoonhouden of bij verstoppingen. Een ander alternatief is de verborgen afvoer. Een beschermkap van sanitairacryl dekt de afvoer af. De beschermkap is met een kliksysteem eenvoudig te openen en te sluiten. Dit systeem is door Duravit op de markt gebracht onder de naam 2ndFloor. Voor informatie over afvoersystemen kunt u onder meer op www.easydrain.nl en www.duravit.nl terecht. Het is gemakkelijk om een vaste (stort/regen)douche te combineren met een aparte handdouche. Hebt u niet zo’n grote badkamer? Een extra diepe douchebak kunt u ook gebruiken als voetenbad of, wanneer u kinderen hebt, als kinderbad. Om water te besparen kunt u een waterbesparende douchekop overwegen. Hierbij worden waterstralen met lucht gecombineerd, waardoor een waterbesparing van wel veertig procent mogelijk is. Geniet u meer van een douche dan van een bad? Kies dan niet voor zowel een bad als een douche, waardoor u de beschikbare ruimte moet verdelen. Beperkt u in dat geval liever tot de douche, zodat er voldoende plek is voor bijvoorbeeld een stoom/douchecabine. Meestal heeft de douche verschillende functies (bijvoorbeeld massagestralen); ook kunt u aan de stoom soms een geur toevoegen. Verder is het in de luxe versies mogelijk tijdens het douchen of stomen muziek te beluisteren, televisie te kijken of kleurentherapie te ondergaan.
Gepost op 7 January, 2010 door Joyce D. met Comments Off
aluminium schalen
Allerlei gedachten zullen bij de woorden aluminium schalen opkomen.Het ligt voor de hand dan te denken aan ‘disposables’, waartoe ook dezeschalen kunnen behoren.Onder de zogenaamde disposables vallen producten die speciaal ontworpenzijn voor het gebruiksgemak, goedkoop te leveren en louter bedoeld vooreenmalig (of slechts enige malen) gebruik.Daarnaast kunnen aluminium schalen echter ook worden gezien als een soortverpakking. Nu weten we wel dat verpakking verschillende mogelijkheden dient.Zo kan verpakking dienen als pure bescherming voor het te verpakken product,maar dat is niet de enige toepassing. Dergelijke schalen kunnen ook gebruiktworden als ondersteuning van het te presenteren product.In beide gevallen geeft de aluminium schaal het product een zekere meerwaardeen dat alleen al toont het belang aan van de juiste verpakking of de perfecte disposable.Je zou zelfs van mening kunnen zijn dat elk product zijn eigen eisen aan zowelde verpakking als de disposable stelt. Of specifieker nog: dat alleen als deverpakking of de disposable iets aan het product toevoegt dat wezenlijk is, hetde goede verpakking dan wel de juiste disposable is.
Talloze ondernemers zijn aanbieders van verpakkingen in het algemeen metdaarbinnen het aspect aluminium schalen als disposables.Hoewel er vrij jonge nieuwkomers in dit marktsegment zitten, zijn er ook bedrijvenbij die kunnen bogen op een jarenlange ervaring. Dit soort bedrijven is (bijna)altijd op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen zowel op het gebiedvan de logistiek als met betrekking tot de technologische en/of milieutechnischefacetten.De diversiteit van de talloze bedrijven binnen het raam van de ‘foodservice’leidt zonder twijfel tot een legio aan wensen met betrekking tot de benodigde disposables met daarbinnen het specifieke item van de aluminium schaal.Snackbareigenaren en/of traiteursSnackbareigenaren en/of traiteurs zullen bijvoorbeeld belang hebben bij gladdealuminium schalen, die zich uitstekend lenen voor kaas- of groenteschotels.Eigenaars of beheerders van pizzeria’s zullen bij de bereiding van hun pizza’s eveneens voorkeur hebben voor die gladde aluminium schalen, aangezien ditsoort schalen daar uitstekend geschikt voor is, alleen al vanwege het perfecte oppervlak ervan voor het uitspreiden van deeg. Een ander belangrijk voordeelvan genoemde aluminium schalen is de opstaande rand aan alle zijden.Een volgende groep afnemers zijn de bakkers, wier voorkeur in het bijzonderzal uitgaan naar de nieuwe, speciaal voorgevormde en geperforeerde schalen,die ideaal zijn voor het bakken van bijvoorbeeld diverse soorten stokbrood. Terwijldeze schalen zich eveneens uitstekend lenen om brood of koekjes in te bakken.Niet in de laatste plaats varen ook de eigenaars van de verscheidene frituurzaken wel bij het toepassen van geperforeerde aluminium schalen, welke zij veelvuldig inzetten als zij patat of ander gefrituurd voedsel aan hun klanten aanbieden.De ontwikkelingen in de wereld van verpakking en disposables zijn – net zoalselders in de markt – niet alleen divers, ze gaan eveneens razend snel. Al naargelang de wensen van de ‘foodservice’-afnemer zal de aanbieder verpakkings-oplossingen en disposables trachten te leveren die (zo goed als mogelijk is)zullen passen in de alledaagse praktijk van zijn afnemers of potentiële afnemers.
Gepost op 22 October, 2009 door Joyce D. met Comments Off
buitenspeelgoed
Het buiten spelen is niet iets nieuws, het wordt al eeuwen lang gedaan, maar de manier hoe er buiten wordt gespeeld is anders, nu wordt er vaak gebruik gemaakt van speeltoestellen.Buitenspeelgoed is zoals de naam al zegt speelgoed dat buiten kan worden gebruikt. Er zijn verschillende soorten buitenspeelgoed, verplaatsbaar speelgoed en niet verplaatsbaar speelgoed. Als het niet verplaatsbaar is zijn het vaak grote toestellen. Zoals bijvoorbeeld glijbanen, klimrekken, schommels en zandbakken. Dit buitenspeelgoed kunt u vaak in achtertuinen vinden en natuurlijk ook op speeltuintjes en scholen. De kosten van een groot niet-verplaatsbaar speeltoestel kunnen vrij hoog zijn, maar ze gaan over het algemeen wel langer mee, mits ze van goede kwaliteit zijn. Bovendien moeten vaak de toestellen in elkaar gezet worden, of speciaal geleverd worden door de fabrikanten. Het verschil hierin ligt er dus aan of u particulier of zakelijk speeltoestellen koopt. Met zakelijk wordt voornamelijk de doelgroep scholen, de overheid en de recreatieve sector bedoeld.Voor particulieren is het aanbod vaak anders dan bij zakelijke klanten, want het assortiment kan vaak eenzijdiger zijn dan voor zakelijke klanten. Ook daar komt nog bij dat er bij zakelijke klanten vaak meer is ingegrepen zoals, bijvoorbeeld: valdempende bodemmaterialen. Deze valdempende bodemmaterialen zijn er in een paar vormen zoals: rubbertegels, valzand, veiligheidsgras en houtsnippers. Naast de vaste speeltoestellen is er ook verplaatsbaar buitenspeelgoed. Verplaatsbaar buitenspeelgoed is vaak lichter en kleiner dan het niet verplaatsbare speelgoed. Natuurlijk is het ook goedkoper en zoals de naam al zegt: verplaatsbaar, in tegenstelling tot de problemen bij het niet-verplaatsbare speelgoed. Onder dit verplaatsbare buitenspeelgoed vallen bijvoorbeeld: trapauto’s, elektrische auto, skelters, kleine voetbal goaltjes.Er wordt in het buitenspeelgoed ook een duidelijk verschil gemaakt met de leeftijd, voor jongere kinderen zoals baby’s, peuters en kleuters: is er vaak meer bescherming dan voor de oudere kinderen en is het wat kind vriendelijker gemaakt. Deze bescherming is er dan bijvoorbeeld in de vorm van speciale kinderzitjes in schommels. En er zijn ook speciale toestellen voor kleinere kinderen zoals kleuters en peuters, bij die toestellen wordt er vaak gelet op wat een fysieke uitdaging kan zijn. Enkele voorbeelden van fysieke uitdagingen zijn: kruipen, klimmen schommelen, wippen, glijden, springen en rennen. Voor de oudere kinderen zit dit er vaak niet meer bij maar is de veiligheid nog steeds optimaal, want de speeltoestellen zijn bijna allemaal zodanig gekeurd dat het verantwoord is om uw kind er alleen op te laten spelen, als uw kind natuurlijk wel van een leeftijd is dat het mogelijk is. Een zuigeling kan bijvoorbeeld dus niet zelfstandig buiten spelen of zonder begeleiding en hulp. Er zijn ook speeltoestellen voor grotere kinderen rond de leeftijd groep van 8 tot 15, de speeltoestellen voor kinderen van die leeftijd zijn vaker gebaseerd op interactie en soms zelfs op teamverband. Dit is voornamelijk bij de nieuwe klimtoestellen, die elektronisch zijn. Daarbij gaat het om de snelheid waarbij op een knop wordt gedrukt nadat het kind een parcours of het toestel heeft doorkruist. De toestellen die hiervoor worden gebruikt zijn niet van natuurlijk materiaal gemaakt.
Gepost op 14 October, 2009 door Joyce D. met Comments Off
bedrijfshulpverlening
Bedrijven zijn volgens de wet verplicht eigen werknemers aan te wijzen die bij gevaarlijke situaties op het werk hulp kunnen verlenen. Deze hulpverlening heet ook wel bedrijfshulpverlening of afgekort bhv, die werkgevers zelf moeten organiseren. Elk bedrijf hoort over een uitstekende hulpverlening te beschikken tijdens situaties die de veiligheid en/of gezondheid van werknemers en gasten bedreigen. Binnen elk bedrijf moeten er daarom één of meer bedrijfshulpverleners aanwezig zijn om te zorgen voor opvang en verzorging van mensen bij calamiteiten. Ook moet een werkgever een ontruimingsplan klaar hebben om werknemers in veiligheid te kunnen brengen. De bedrijfshulpverleners bestaan uit mensen binnen het bedrijf zelf. Hoeveel het er zijn hangt onder andere af van de aard en omvang van het bedrijf. Voor kleinere bedrijven is het voldoende als de werkgever als bhv’er functioneert. Ook de samenstelling van het personeelsbestand is van invloed op het aantal bedrijfshulpverleners. Werknemers met een verstandelijke of geestelijke beperking hebben bijvoorbeeld meer hulp nodig. De werkgever is wettelijk verplicht een goede bedrijfshulpverlening te organiseren in zijn bedrijf. Hij heeft de plicht te zorgen dat een aantal werknemers opgeleid worden tot bedrijfshulpverlener. In tijden van nood zijn zij degenen die letsel en schade moeten voorkomen of beperken. De taken van hulpverleners binnen de bhv zijn drieledig. De basis is het voorkomen of beperken van letsel en schade bij aanwezigen binnen het bedrijf. Daarvoor moet op de eerste plaats eerste hulp bij ongevallen kunnen worden verleend. De andere twee taken van bedrijfshulpverleners draaien om preventie. Zij moeten brand bestrijden en indien de situatie daarom vraagt aanwezigen in het gebouw alarmeren en evacueren. Als de brand of andere noodsituatie vraagt om hulp van buitenaf, is het de plicht van de werkgever deze hulp in te schakelen. Er moet voor iedere taak binnen de bedrijfshulpverlening eerste hulp bij ongevallen, bestrijding van brand en evacautie één of meerdere hulpverleners aanwezig zijn.
De opleiding en training voor bhv kan worden verzorgd door daarin gespecialiseerde bedrijven. De werkgever moet zorgen voor deze opleiding en ook nascholing. In de speciale bhv-trainingen leren aangewezen bedrijfshulpverleners hoe zij eerste hulp bij ongevallen moeten verlenen. Ze leren de basishandelingen bij verschillende verwondingen. Daarnaast wordt hen geleerd hoe ze adequaat moeten handelen bij noodsituaties, in het bijzonder brand. Het is belangrijk bedrijfshulpverleners regelmatig bij of na te scholen, zodat kennis en vaardigheden niet verloren gaan. De werkgever moet uiteraard zorgen dat materiaal aanwezig is om hulpverlening te kunnen uitvoeren. Overigens gaat aan een goede bedrijfshulpverlening een risico-inventarisatie en –evaluatie vooraf. Zo’n inventarisatie kan worden uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. Zij brengen de risico’s voor letsel en schade binnen een bedrijf in kaart en leggen knelpunten bloot. Veel van deze knelpunten en risico’s kunnen worden beperkt met een plan van aanpak. Voor wat overblijft is bedrijfshulpverlening en een ontruimingsplan noodzakelijk. De werkgever moet zijn werknemers inlichten over de bhv en het ontruimingsplan. Er moet binnen het bedrijf duidelijk zijn wie er hulp verleent en wat de noodprocedures zijn. Zo kunnen alle werknemers zich snel uit de voeten maken als de situatie daarom vraagt.
Gepost op 2 October, 2009 door Joyce D. met Comments Off
kerstpakket
Relatiegeschenken zijn zeer nuttig als u het contact met uw zakenpartner wilt optimaliseren. En wat is nou leuker dan uw zakenrelatie en uw werknemers iets cadeau te doen met de kerst? U kunt dus besluiten om iedereen een kerstpakket te geven als relatiegeschenk. Er zijn verschillende soorten kerstpakketten op de markt en bij de meeste pakketten kunt u zelf bepalen wat u in het kerstpakket laat stoppen en welke prijs u kwijt wilt zijn aan uw kerstpakket. Maar, u kunt natuurlijk uw zakenrelaties en uw werknemers ook zelf een leuk kerstpakket uit laten kiezen. De keuze die u maakt is geheel aan u, maar doorgaans waarderen uw zakenpartners en uw werknemers het des te meer wanneer ze zelf een cadeau voor hun kerstpakket kunnen uitkiezen. U kunt kiezen voor het traditionele kerstpakket, waarbij u bepaalt wat er in het kerstpakket komt te zitten. Hierbij kunt u denken aan veel verschillende dingen. Over het algemeen zit er in een traditioneel kerstpakket een aantal etenswaren die uw zakenrelatie of werknemer kan nuttigen tijdens deze feestelijke dagen, een of twee flessen wijn en een ander nuttig item.
Wat vooral gewaardeerd wordt bij uw zakenrelatie en uw werknemers is een kerstpakket waarbij uw personeel zelf kan kiezen wat hij of zij in het kerstpakket wilt hebben. U kunt hiervoor bij vele bedrijven terecht die u perfect kunnen adviseren in uw wensen en in uw budget. Voor elk budget is er een gepast relatiegeschenk of kerstpakket te vinden. Net als bij het uitzoeken van een geschikt relatiegeschenk moet u ook bij het uitzoeken van een kerstpakket origineel zijn. Wie wilt dat nou niet? Een kerstpakket met een inhoud die niemand verwacht had? Een origineel kerstpakket dus. Beter kan haast niet voor uw zakenrelatie en voor uw personeel! U kunt bij een origineel kerstpakket bijvoorbeeld denken aan een hotelbon voor een weekendje weg met het hele gezin naar keuze of een cadeaubon waarmee uw relaties een foto op canvasdoek kunnen laten drukken. Natuurlijk kunt u ook kiezen om uw zakenrelatie een lijst te geven met een aantal dingen erop die uw relatie kan bestellen. De lijst wordt weer bij u ingeleverd, en u bestelt het gewenste item voor uw zakenrelatie of werknemer.
Zoals u misschien wel weet, is het niet verplicht om uw zakenrelatie en/of werknemers een kerstpakket cadeau te doen tijdens de feestdagen, maar dit wordt door beide partijen doorgaans zeer gewaardeerd. U laat op deze manier aan uw zakenrelatie zien dat u blij bent met de samenwerking tussen u en deze, en geeft hem dus als blijk van dank het kerstpakket als relatiegeschenk. Uw werknemer zal u ook meer liefhebben omdat u de moeite heeft genomen deze te bedanken voor zijn diensten die hij uitvoert voor u. Wie zou dit nou niet graag willen? Een bedankje van de zakenrelatie of werkgever krijgen als dank voor het goede en harde werken?
Gepost op 21 September, 2009 door Joyce D. met Comments Off
vertaalbureau
Aan het begin van de lange en ingewikkelde weg naar het eindproduct staat de schrijver van de oorspronkelijke tekst: de zender of bron. De schrijver probeert op papier uit te drukken wat zijn verstand en gevoel hem ingeven. Probeert uit te drukken… Want kunnen we er zeker van zijn dat hij hierin slaagt? Wanneer we bijvoorbeeld iemand de weg wijzen, kan het gebeuren dat we hem ongewild de verkeerde kant op sturen: we bedoelen de derde straat links maar we zeggen per abuis de derde straat rechts. Iedereen is wel eens verstrooid! Of een sportjournalist schrijft dat een voetballer de bal gemakkelijk kon inschieten omdat hij ‘vogelvrij’ voor het doel stond, terwijl hij natuurlijk bedoelt dat de bewuste speler daar geheel vrij (’zo vrij als een vogel’) stond. Ook gebeurt het vaak, en in gesprekken merken we dat direct aan de reactie, dat we verkeerd begrepen worden. We zijn dus lang niet altijd in staat precies te zeggen of te schrijven wat we bedoelen. Bovendien is het nog maar de vraag of taal zelf altijd wel het meest geschikte medium is om alles precies weer te geven wat we denken of voelen. Uitspraken als ‘daar zijn geen woorden voor’ of ‘dat valt met geen pen te beschrijven’ wijzen erop dat ook de taal zelf te kort kan schieten. Natuurlijk zal de schrijver van een wetenschappelijke tekst of een medewerker van een vertaalbureau minder moeite hebben met uitdrukken wat hij bedoelt dan de dichter, die meer zijn gevoel laat spreken. Maar feit is dat zowel de taalgebruiker als de taal niet altijd optimaal functioneert.
Daarnaast spreekt of schrijft niemand in het luchtledige, maar richt men zich tot een of meer personen, de ontvanger(s). En dat heeft consequenties voor het taalgebruik. De chef die ’s morgens op kantoor komt, zal zijn medewerkers op verschillende manieren ‘ goede morgen’ wensen. Dat varieert van ‘goede morgen, Pieterse’ tot ‘zo meiske, lekker geslapen?’ Of als een jongen van zo’n tien jaar van zijn vader een bepaald televisie programma niet mag zien; kan hij bij zijn moeder beklag doen met de woorden: ‘Ik mag van papa niet eens televisie kijken!’ Maar als een van zijn vrienden hem de volgende dag vraagt of hij ook dat programma gezien heeft, zal hij zeggen: ‘Ik mocht van mijn vader niet kijken!’ Met andere woorden, hij past zijn taalgebruik feilloos en zonder haperen aan: binnen het gezin is het ‘papa’, tegenover zijn vrienden ‘mijn vader’. Dit heeft te maken met de verschillende taallagen, die elke taal heeft en waarvan men zich bedient al naar de omstandigheden. Globaal kan men vijf lagen onderscheiden: rituele, formele, informele, gemeenzame en intieme taal.
Gepost op 17 September, 2009 door Joyce D. met Comments Off
kleding bedrukken
De kleur bij het kleding bedrukken wordt bepaald door het soort metaalzout dat gebruikt wordt. Zo geeft het in Europa veel gebruikte meekrap - vergelijkbaar met het in India gebruikte ‘Saya wera’ - met een ijzerzout een violette kleur, met aluin (kaliumaluminiumsulfaat) een steenrode en met een tinzout een vurig rode kleur. Beitskleurstoffen verven zonder moeite wol en zijde (eiwitten) aan. Katoen en linnen (cellulose) zijn veel moeilijker te verven en vragen om een ingewikkelde voorbehandeling van de vezel. In Europa kende men dit proces niet en werd alleen op wol en zijde geverfd. Vanuit India, waar men dit proces al honderden jaren kende, kwam de kennis via de Middellandse Zeelanden naar Europa. In de zeventiende eeuw stond dit rood bekend als ‘Turks rood’ of ‘Adrianopel rood’. Garens werden ingevoerd, maar men kende het verfproces nog niet, tot de contacten met India intensiever werden. Dan vindt men in brieven verstuurd van de Coromandelkust beschrijvingen van dit proces.
Met de kennis van het voorafgaande is de beschrijving van de techniek van het schilderen van kleding begrijpelijker. De term ’schilderen’ is hier ter zake, omdat de ons overgeleverde bronnen uit de zeventiende en achttiende eeuw alleen het beschilderen van bedrukte kleding beschrijven en niet het drukken. Dat bedrukte kleding ook wel degelijk gedeeltelijk gedrukt werden blijkt echter uit overgebleven stoffen. De vroegste beschrijvingen zijn van Nederlandse oorsprong: die van Pieter van den Burg uit 1677, van Daniël Havart uit 1693 en van Hendrik Adriaan van Rheede, opgetekend door Pieter van Dam in zijn Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie (1678-82). Zij geven een niet al te lange, maar vrij nauwkeurige beschrijving van het proces. In de verhandeling van Pieter van Dam vindt men ook een uitgebreide beschrijving van de productie van en het verven met indigo. Uitgebreider dan de drie Nederlandse bronnen is een aantal Franse: de observaties van Beaulieu (± 1734), geschreven voor de bekende Franse textielchemicus Du Fay, en die van de Jezuïetenpater Coeurdoux (1742, 1747). Deze twee bronnen zijn integraal afgedrukt in Origins of Chintz van Ir win en Brett (London 1970). Er is nog een derde Franse beschrijving, door M.Q.[Quarelles] uit 1760, die vermoedelijk de aantekeningen van Beaulieu voor Du Fay heeft gezien. Hij is in sommige gevallen nauwkeuriger dan Beaulieu. Ook Quarelles - soms gespeld Quérelles - wordt door Irwin en Brett behandeld. Genoemde bronnen overlappen elkaar en zijn soms identiek, zodat moeilijk te analyseren is welke versie de oorspronkelijke is. Bij de nu volgende beschrijving van de techniek is van alle bronnen gebruik gemaakt. In de tekst zal vooral aan Pieter van Dam als Nederlandse bron worden gerefereerd.
Bij de bedrukte Indiase kleding is er altijd sprake van een combinatie van beitstechniek en een reserve verving. De belangrijkste kleurstoffen hierbij zijn de wortels van de Oldenlandia umbellata, ’saya wera’ zoals Pieter van Dam ze noemt en indigo. Saya wera bevat als belangrijkste kleurende component alizarine (in tegenstelling tot de Europese meekrap, die alizarine en purpurine bevat). Alle nuances, van lichtrood tot donker violet worden bereikt door verschillende metaalzouten en mengsels daarvan als beits te gebruiken.
Gepost op 11 September, 2009 door Joyce D. met Comments Off
terrasoverkapping
Het is een feit dat maar weinigen van ons nadenken over plafonds, of dat nu binnen of buiten is, terwijl in werkelijkheid geen element zo belangrijk is voor de beheersing van de ruimte. Goede architectuur is onder andere zo’n genot omdat het volume wordt gemanipuleerd met de overgang van breed naar smal, hoog naar laag, grote kamers, kleine kamers, doorgangen, lichte kamers, donkere kamers enzovoort. In winkels, restaurants, bars, luchthavens en andere openbare gelegenheden met heel hoge of gewoon onaantrekkelijke plafonds zie je allerlei structuren in de lucht die zodanig zijn geplaatst dat ze een nieuw perspectief en een comfortabeler volume scheppen. Heel vaak worden ze totaal niet opgemerkt, wat ook de bedoeling is, maar eerlijk is eerlijk: niet veel mensen beseffen wat er boven hen is, vaak kijken ze niet eens omhoog. Buiten is het niet veel anders, met name in de stad, waar een tuin is omgeven door andere gebouwen die de situatie volkomen domineren. Zelfs in minder dicht bebouwde gebieden zijn er vaak ramen van de buren die rechtstreeks uitkijken op je terras, wat ten koste gaat van je privacy. In stedelijke settings met veel hoogbouw kunnen de muren ver omhoog reiken, ook weer met opdringerige ramen. Dergelijke problemen vragen om een oplossing, in dit geval biedt een terrasoverkapping uitkomst.
Zoals we in winkels valse plafonds hebben, kunnen we die ook in de tuin hebben, al is dat zelden over het hele oppervlak. Zitplaatsen zijn vaak het kwetsbaarst, en balken in de lucht, die vanuit het huis lopen, helpen zowel de verticale ruimte af te bakenen als de gezichtslijn vanuit de ramen bij buren te breken. Houd het ontwerp simpel: ruige, gezaagde balken met stevige steunen beneden zijn prima. Metaaldraden haaks daarop kunnen dienen voor bij voorkeur geurige klimplanten, die eroverheen lopen. Beschilder ze in een kleur die aansluit bij de kleur van het huis en bekijk of ze mogelijk in aanmerking komen voor een paar goed beplante manden boven oogniveau, om het geheel boeiender en kleuriger te maken. Zoals alles moet de stijl van hoge structuren terugkomen in de kamer eronder: ruwe palen in het Middellandse Zeegebied, bamboe waar Japanse invloeden zijn en hightech roestvrij staal in een strakke, moderne kamer. Met hoge omringende muren baken je de verticale ruimte nog beter af met een kleurenschema dat op dezelfde hoogte loopt als de constructie in de tuin. Daardoor wordt je blik gestimuleerd om erbinnen te blijven en ga je niet staren naar de overweldigende wereld daarboven.
Gepost op 9 September, 2009 door Joyce D. met Comments Off
kantoormeubelen
Er zijn veel ergonomisch goede stoelen in de gebruikte kantoormeubelen handel, maar zoals overal, ook op het gebied van de ergonomie, heeft elke stoel plus- en minpunten. Met name de instelmogelijkheden en de bewegingsmogelijkheden van de stoel kunnen verschillen. Behalve de ergonomie zijn er andere aspecten die ook belangrijk zijn, zoals bedieningsgemak, zitcomfort, veiligheid, milieu, duurzaamheid en design. Maak voordat er een stoel wordt aangeschaft een ‘Programma van Eisen’ (PvE) voor al deze aspecten en toets de aangeboden stoelen aan dit PvE. Gebruik voor de ergonomische eisen ook dit PvE, zodat er voor de verschillende ergonomische criteria ‘punten’ kunnen worden gegeven. Betrek ook de toekomstige gebruikers bij deze keuze, bijvoorbeeld door de stoelen waaruit gekozen moet worden enige tijd op proef uit te zetten in het bedrijf en de meningen van de gebruikers te vragen. Om een goede ergonomische inrichting van de werkplek te realiseren, is het nodig dat de werkvlakhoogte aangepast is aan de stoel, het soort werk en de afmetingen van de werknemer. Er is een verband tussen lichaamslengte van de gebruiker, de ingestelde zithoogte van de stoel en de ingestelde werkhoogte van de tafel. Ook dit verband is voor iedere persoon weer anders: ieder mens heeft zijn eigen lichaamslengte en zijn eigen lichaamsverhoudingen.
De navolgende wensen voor kantoorwerktafels zijn op antropometrische gegevens gebaseerd, zodanig dat 90% van de populatie op een voor de werkhouding verantwoorde wijze gebruik kan maken van de werkplek. De resterende 10% kleine en grote mensen heeft speciale aandacht nodig. Door het beschikbaar stellen van voetensteunen aan kleine mensen en veilige verlengstukken voor de poten van het bureau van zeer lange mensen kan de situatie voor deze groep verbeterd worden. Naast de hoogte van de werktafel is ook de beenruimte onder de tafel belangrijk: deze is zodanig dat een goede werkhouding aangenomen kan worden. Vanuit ergonomisch oogpunt voldoet de kantoortafel aan een aantal wensen: het werkvlak is minimaal 120 cm breed en voldoende diep om de juiste kijkafstand bij de gebruikte maat beeldscherm te realiseren. Bij de meeste platte beeldschermen (LCD of TFT) is 80 cm diepte voldoende; het werkvlak kan in hoogte instelbaar zijn bij voorkeur tussen 62 en 85 cm boven de vloer; de hoogte van werktafels met een vaste hoogte is 74 tot 76 cm. Indien de tafel te hoog is voor de individuele gebruiker, wordt de werkopstelling met een voetensteun passend gemaakt. Relatief te lage tafels worden met hulpmiddelen hoger geplaatst. De werkhoogte voor alleen lezen schrijfwerk ligt in het algemeen zo’n 5 cm hoger dan de werkhoogte voor beeldschermwerk; de dikte van het bovenblad inclusief draagconstructie is aan de voorzijde zo dun mogelijk, maximaal 5 cm; er is voldoende vrije beenruimte (ten minste 65 cm diep en 60 cm breed) en voldoende vrije voetenruimte (ten minste 80 cm diep) op de plaatsen waar men aan het beeldscherm werkt; de werktafel is voorzien van een licht getint, doch niet glanzend, bovenblad.
Gepost op 31 August, 2009 door Joyce D. met Comments Off
uitzendbureau
Op basis van de herziene wet op de ondernemingsraden kunnen uitzendkrachten en gedetacheerden medezeggenschapsrechten verwerven in het inlenende en/of het uitlenende bedrijf. Eerder kwam naar voren dat er in Nederland sprake is van circa 800,000 uitzendkrachten en gedetacheerden. Dit is goed nieuws voor bijna elk uitzendbureau. De herziening van de WOR betekent echter niet dat uitzendkrachten en gedetacheerden met onmiddellijke ingang medezeggenschapsrechten krijgen. Zij kunnen deze rechten as claimen wanneer zij een bepaalde tijd in de desbetreffende bedrijven werkzaam zijn. o moeten ui tiendkrachten 2 jaar in het inlenende bedrijf werkzaam zijn alvorens zij hun medezeggenschapsrechten kunnen claimen. In zullen we nagaan in welke mate dit regel of uitzondering is, in zullen we beschrijven voor welke Functies uitzendkrachten en gedetacheerden ingeleend worden, Ook tullen we in deze paragraaf ingaan op de aard van de contractuele relatie die ingeleende werknemers met zowel de inlenende als de uitlenende bedrijven hebben. In gaan we vervolgens in op de argumenten die bedrijven hebben om met uitzendkrachten en gedetacheerden te werken.
De 300 inlenende bedrijven heeft een telefonisch interview plaatsgevonden met de directeur of personeelsfunctionaris. Daarnaast Is in 269 van deze inlenende bedrijven ook een telefonisch interview gehouden met de voorzitter of secretaris van de ondernemingsraad (/ie ook bijlage 1), Verder zijn in 105 van de 300 inlenende bedrijven telefonische interviews gehouden met een of meer uitzendkrachten/gedetacheerden (zie ook bijlage 1), De tekst in dit hoofdstuk Is vooral gebaseerd op informatie die de directeuren of personeelsfunctionarissen hebben aangedragen. Op een aantal punten vindt echter vergelijking plaats met de informatie die van de ondernemingsraden en/of de uitzendkracht ten/gedetacheerden is verkregen. Aan het slot van het hoofdstuk illustreren we aan de hand van casestudies van inlenende bedrijven enkele actuele ontwikkelingen, die van belang zijn voor de feitelijke positie van uitzendkrachten en gedetacheerden en voor de relaties tussen inlenende en uitlenende bedrijven. Uitzendkrachten kunnen hun medezeggenschapsrol een op basis van de herziene WOK pas claimen wanneer tij 24 maanden in het inlenende bedrijf werkzaam zijn. Belangrijke vraag is dan ook of een dergelijke verblijfsduur regelmatig voorkomt of dat hebben we deze vraag uiteraard aan de orde gesteld.
In de 228 inleenbedrijven waar we de uitzendkrachten onder de loupe hebben genomen, komt naar voren dat de nu aanwezige uitzendkrachten meestal tussen 1 en 6 maanden in het bedrijf werkzaam zijn. Slechts in 1 procent van de 228 bedrijven wordt vermeld dat er sprake is van uitzendkrachten die al langer dan 2 jaar in het bedrijf werkzaam zijn. Bovendien geeft 91 procent van de bedrijven aan dat het bij hen helemaal niet voorkomt dat uitzendkrachten langer dan 2 jaar blijven. Van de overige 9 procent zegt 7 procent dat dit alleen bij uitzondering voorkomt. Slechts 2 procent van de bedrijven geeft aan dat het eerder regel dan uitzondering is dat uitzendkrachten langer dan 2 jaar werkzaam blijven. Uitzendkrachten komen dus zelden in een positie te verkeren dat zij medezeggenschapsrechten kunnen claimen. De herziene WOR maakt dit immers pas mogelijk wanneer zij langer dan 2 jaar in het inlenende bedrijf werkzaam zijn.
Gepost op 24 August, 2009 door Joyce D. met Comments Off